Tuinieren in de lente: snoeien, planten en zaaien wanneer de natuur ontwaakt

Met de komst van de lente start het nieuwe groeiseizoen. Dit is het moment om je tuin klaar te stomen om te bloeien, te groeien en te floreren. Onze gids staat boordevol tuintips om dit te verwezenlijken.

Close-up van donkerroze gebroken hartjes

Potplanten snoeien

Potplanten die binnen hebben overwinterd, moet je een beetje bijsnoeien en verzorgen voordat ze vanaf mei weer naar buiten mogen. Verwijder eerst de lichte wintergroei vóór het snoeien, verpotten en bemesten. Bij de voorjaarssnoei is het de bedoeling om de plant uit te dunnen en oude, verwelkte groei te verwijderen, alsook stelen die elkaar kruisen en tegen elkaar wrijven. Het is ook een goede gelegenheid om de plant vorm te geven. Voor deze tuinklus hoef je alleen een snoeischaar te gebruiken. Je hebt alleen een zwaardere schaar of een zaag nodig voor houtachtige groei op grote potplanten.

 Close-up van een bloemsteel die wordt gesneden met een snoeischaar

Wanneer begin je met snoeien?

Hoewel er geen vaste periode in het jaar is om planten te snoeien, knip je ze in de lente het best voordat ze volop in bloei komen te staan. Als je namelijk te lang wacht en de verse groei wegsnoeit, ontneem je simpelweg de energiereserves van de plant, waardoor deze aanzienlijk verzwakt op een cruciaal moment.

Het komt vrij vaak voor dat er in de koudere maanden een zwakke groei ontstaat. Bij onvoldoende licht verschijnen er lange, zachte, lichte scheuten die je altijd moet verwijderen. Alles wat in een serre of op een andere heldere, koele plek overwintert, begint al vroeg uit te lopen. Je kan deze nieuwe groei uitdunnen tot eind februari, maar verplaats de potten daarna naar een heldere, warme plek, anders krijgen ze weer spichtige scheuten.

Planten die op een donkere plek hebben overwinterd, moet je in de lente op tijd in het licht plaatsen om te bloeien. Verplaats ze vanaf eind maart naar een vorstvrije plek met veel licht, waar ze goed kunnen groeien tot je ze in mei buiten zet. Als je ze te lang in het donker laat staan, vertraagt de bloei.

Een tuinstruik wordt geknipt met een snoeischaar

Bomen in potten en planten in bloei snoeien

Wanneer je de snoeischaar in de lente bovenhaalt om bij te snoeien, moet je oude, verwelkte of beschadigde takken verwijderen, alsook zwakke groei die buiten het seizoen ontstond. Let erop dat je geen stompjes laat zitten. Knip helemaal tot aan de hoofdsteel of een dikkere zijtak. Deze plekjes drogen meestal uit en lopen niet meer uit.

Geraniums, fuchsia's, margrieten en zomerbloeiende soorten bloeien op nieuwe groei. Dit betekent dat je ze in de lente meer kunt terugsnoeien, tot twee à vier knoppen of een taklengte van 5 à 10 cm. Met deze aanpak blijven ze compact en bossig.

Oleander bloeit daarentegen alleen op steeltjes die twee jaar of ouder zijn. Hier is een tip als het uitdunnen van grote oleanders op je to-do lijst staat: als je te veel in een keer snoeit, worden er een jaar lang geen bloemknoppen aangemaakt. In plaats daarvan raden we aan om het stapsgewijs aan te pakken. Knip een deel in het ene jaar en wacht tot het volgende voorjaar voor de rest.

Tip: Als je bomen in potten of struiken hebt die te groot zijn geworden, moet je de afzonderlijke stelen en takken met een derde snoeien in plaats van ze op een gelijke hoogte te snoeien. Zo behoudt je de vorm van de plant.

Hier is een eenvoudige regel om te onthouden: hoe meer je een plant terugsnoeit, hoe langer het duurt om weer bloemknoppen aan te maken. 

Verpotten voor een gezondere plant

Voor optimale resultaten moet je alles wat in een plantenbak groeit op een bepaald moment naar een grotere pot verplaatsen: dit proces wordt 'oppotten' genoemd. Voor oudere potplanten moet je deze tuinklus om de twee tot drie jaar doen, afhankelijk van de groei, terwijl jongere exemplaren elk jaar naar een grotere pot moeten verhuizen. Het is van vitaal belang om een plant te verpotten zodra deze wortelgebonden is (of potgebonden, een andere term met dezelfde betekenis). Een wortelgebonden plant is een plant waarvan de wortels te groot zijn geworden voor de pot en verdicht zijn. Je ziet het duidelijk wanneer je naar de wortelkluit kijkt of als de wortels uit de afvoergaten komen. Als dit gebeurt, kan de plant niet langer op een efficiënte manier water of voedingsstoffen opnemen, dus moet je zo snel mogelijk verpotten.

Verpotten is niet alleen het bieden van meer ruimte om te groeien. De grond in een pot verliest na verloop van tijd structuur en de voedingsstoffen worden opgebruikt en uitgeloogd door regen, waardoor de plant er niet langer goed kan groeien. Het regelmatig toevoegen van verse grond biedt nieuwe voedingsstoffen en verbetert de waterretentie. Balkonplanten hebben elk jaar nieuwe grond nodig, of ze nu hebben overwinterd of nieuw zijn aangekocht.

Materiaal om te verpotten en wanneer je het gebruikt

Afbeelding van een kluit in pot met dichte wortels

Voor deze tuinklus heb je het volgende nodig: nieuwe grond, potten van de juiste grootte voor het verplanten, een troffel en geschikte meststof. Een lang mes kan ook handig zijn voor grote kuipplanten omdat je dan de wortelkluit uit de pot kan halen.

Balkonplanten kan je meteen verpotten in een nieuwe pot zodra je ze koopt, maar als dat in het vroege voorjaar is, mag je ze gezien het risico op late vorst pas eind mei op hun definitieve plaats buiten zetten (afhankelijk van je locatie).

Als je balkonbakken hebt die je in de winter naar binnen verplaatst, kan je deze vanaf midden tot eind april verpotten om verse grond toe te voegen, idealiter nadat je ze hebt gesnoeid. Zodra ze zijn verpot, zet je ze op een plek waar ze veel licht kunnen krijgen.

De juiste grond en de juiste pot

De grondsoort die je moet gebruiken wanneer je in de lente verplant, hangt af van hoelang de plant in de plantenbak blijft. Voor jaarlijkse perkplanten is potgrond van een tuincentrummerk prima. Turfvrije grond is beter voor het milieu. Voor planten die lang in potten zitten, zoals minitrees in kuipen en andere vaste planten, raden we je aan om specifieke of multifunctionele grond van een hoogwaardig merk te gebruiken. Gebruik alleen specifieke grond voor de juiste plantensoort. Houd er rekening mee dat citrusbomen, hortensia's en azalea's allemaal speciale, zure grond nodig hebben om in plantenbakken te groeien.

Kies bij een wat grotere plant voor een pot met een brede basis en die niet hoger dan breed is. Zo zal de plant niet gemakkelijk omvallen. Als je grind toevoegt voor een betere afvoer, verzwaart ook de kuip en wordt deze stabieler. Klei en terracotta zijn klassiekers voor plantenbakken. Hoewel ze zwaar zijn, bieden ze specifieke voordelen: in de zon beschermt het materiaal de wortels tegen oververhitting en bij lagere temperaturen tegen vorst. Als je deze plantenbakken in de koudste maanden buiten laat staan, zorg er dan wel voor dat de afvoer uitstekend is en dat de grond niet doordrenkt raakt met water, aangezien deze natuurlijke kleimaterialen vocht kunnen absorberen, waardoor de pot later bevriest en barst.

Hand houdt een zaailing met wortelkluit vast, klaar om geplant te worden

Als je steen en terracotta mooi vindt, maar liever voor een minder dure optie kiest, zijn er veel plastic potten met hetzelfde ontwerp. Plastic potten houden het vocht in de bodem over het algemeen langer vast, omdat het water niet via de zijkanten kan verdampen. Dit brengt ons naar een laatste tuintip voor potplanten: gebruik altijd potten met gaten voor afvoer, omdat waterverzadiging schadelijk is voor allerlei plantensoorten.

Of je nu nieuw gekochte planten voor op het balkon verpot of je overwinterende potbomen in de lente oppot, lees hier wat je moet weten:

  • De nieuwe pot moet twee vingers breder zijn dan de oude.
  • Plaats een 'kruik' of een stuk aardewerk over het afvoergat en voeg vervolgens een laagje geëxpandeerde kleikorrels of ander drainagemateriaal toe.
  • Een stuk katoenen doek of krant bovenop de drainagelaag houdt het gescheiden van het groeimedium.
  • Giet er wat grond in, plaats de plant erin en vul de pot bijna tot aan de rand.
  • Druk de grond rond de plant met beide handen stevig aan. Je moet een ruimte van 2 tot 3 centimeter tussen de grond en de rand hebben om gemakkelijker water te kunnen geven.
  • Als je een heel grote plant hebt die je niet naar een grotere pot wilt verplaatsen, kun je de wortelkluit kleiner maken. Haal gewoon de plant uit de kuip en snijd de zijkanten van de wortelkluit eraf met een lang mes. Plaats de plant terug in de oude pot met wat verse aarde.
Gele en paarse viooltjes worden in een pot van klei geplant

Tips voor verpotten

  • De afvoerlaag zorgt ervoor dat overtollig water uit de pot stroomt, maar deze laag mag niet te diep zijn. Zelfs in zeer grote kuipen mag dit maar een paar centimeter zijn, anders is de werking te effectief en houdt de plantenbak onvoldoende water vast.

  • Zet waar mogelijk de kuipen wat hoger op vlakke stenen of potvoeten, zodat mieren er niet gemakkelijk in kunnen kruipen en het water goed kan weglopen.

  • Vooral voor dorstige planten is het handig om wat ruimte te laten tussen het grondoppervlak en de rand van de pot. In plaats van langzaam en voorzichtig water te gieten, kun je de plant dan gewoon een goede hoeveelheid geven. Het water verzamelt zich dan in deze ruimte sijpelt geleidelijk in de aarde.

  • Het mulchen van het bodemoppervlak is nuttig voor zowel planten in potten als voor elders in je tuin. Grind ziet er goed uit en onderdrukt onkruid, maar je kunt ook grasresten gebruiken.

  • Het meest geschikt zijn minerale meststoffen die speciaal zijn ontworpen voor potplanten. Organische meststoffen werken vaak te traag in balkonbakken en het is niet nodig om de bodem te verbeteren voor eenjarige planten.

  • Potten die zichzelf water geven, maken het tuinieren een stuk eenvoudiger, maar houd er rekening mee dat ze bij de meeste ontwerpen pas vier weken na het planten beginnen te werken. Eerst moeten zich wortels vormen die hun weg naar het water moeten vinden. Tot die tijd moet je ze op de normale manier langs boven water geven.

Zaaigoed voor kleur en gewassen

Het aanbod aan plugplanten in tuincentra verbleekt naast de enorme verscheidenheid aan zaden die verkrijgbaar zijn. Bovendien zijn zaden aanzienlijk goedkoper om te kopen dan kant-en-klare zaailingen en plugplanten. Zaailingen zijn ook de beste manier om te genieten van meer ongebruikelijke variëteiten in je tuin, aangezien die soorten planten die worden verkocht over het algemeen overal dezelfde zijn. Hier vind je alles wat je moet weten over het zaaien van zaden.

Close-up van zwarte zaden en een zakje in iemands handen

Alles over zaaien

Voor het zaaien van zaden in potten heb je het volgende nodig: zaden, een liniaal of iets dergelijks om te egaliseren, propagators, een breed plankje om aan te drukken, zaaibakjes of kleine potjes en zaaigrond.

Het is belangrijk om de juiste hygiënische praktijken te volgen en vooral om alle zaadbakken in heet water te wassen, aangezien zaailingen erg delicaat zijn en snel kunnen worden beschadigd of vernietigd door schadelijke organismen. Over het algemeen mag je alleen grond gebruiken die specifiek voor zaaien bedoeld is, omdat dit soort grond weinig voedingsstoffen bevat en je zaailingen een goede start geven, aangezien ze veel wortels moeten kweken om voldoende voeding uit de bodem op te nemen. Wanneer zaailingen erg dichte wortels vormen, betekent dit dat ze goed zijn gewapend om sterke planten te worden eenmaal ze op hun definitieve groeiplaats staan.

Let op: als je direct in de open grond zaait, heb je geen zaaigrond nodig. Zomerbloemen kunnen vanaf mei direct in perken worden gezaaid, zodat je ze niet eerst op je vensterbank moet laten groeien. Sommige wortelgroenten, zoals wortelen, kunnen bovendien alleen maar direct uit zaai groeien. Je krijgt geen goede resultaten als je de zaailingen later nog verplant. Voor sommige soorten die veel warmte nodig hebben om te ontkiemen (bv. tomaten en aubergines) is het dan weer essentieel om binnen in een propagator te staan.

Gids om zaden binnen in potten te laten ontkiemen

Zaden moeten in afzonderlijke potten of propagators worden gezaaid, afhankelijk van de grootte van het zaad zelf. Grotere zaden kunnen per één of twee in een enkele pot worden gezaaid, waar ze kunnen blijven tot ze zijn uitgeplant. Kleine zaden worden over het algemeen in ondiepe propagators gezaaid, waar ze in grote hoeveelheden worden geteeld. Zo doe je dat: vul een bakje tot de helft met zaaigrond en druk het zachtjes aan met je vingers. Doe nu meer grond op het oppervlak, zodat het boven de rand van de bak komt, maar maak het niet te compact. Gebruik een liniaal of iets dergelijks om de grond af te vegen tot op gelijke hoogte van de bak. Houd de liniaal hierbij in een hoek van 45° en schuif hem over de rand van de bak. Gebruik tot slot een breed plankje om de grond in het midden van de bak aan te drukken. Verdeel de zaden gelijkmatig over de voorbereide grond in de propagator en zeef er nog wat grond over. Tip: om eenvoudiger zeer kleine zaden te zaaien, zoals begoniazaden, meng je ze met fijn, droog zand en verdeel je het mengsel met een theezeef over de bak.

De kiemperiode verschilt sterk per soort. Zodra je zaailingen in propagators een paar blaadjes hebben die groot genoeg zijn om vast te houden, moet je ze in kleine potjes verspenen om te groeien voordat je ze buiten plant. Verspeen alleen de sterkste zaailingen.

De beste manier om delicate zaailingen water te geven, is met behulp van een gieter. Bedek de propagator met iets doorzichtigs als je geen deksel hebt. Huishoudfolie is prima. Met deze stap voorkom je dat je zaden uitdrogen.

Zaailingen groeien in de richting van het licht, waardoor ze vaak naar dezelfde kant gaan. We hebben een eenvoudige tip om dit te voorkomen: leg aluminiumfolie in een kartonnen doos en zet je propagator erin met het open uiteinde van de doos naar de lichtbron gericht. Dankzij het gereflecteerde zonlicht zijn zaailingen die in zo'n lichtbak groeien vaak veel sterker.

Gele en paarse viooltjes met andere bloemen in een kleipot

Plan een mix van zomerbloeiers

De mogelijkheden zijn eindeloos als je moet kiezen wat je wilt planten... of je nu een kuip, een balkonbak of een hele tuin ter beschikking hebt. Je moet er alleen voor zorgen dat alle planten die je samen laat groeien dezelfde behoeften hebben, zodat ze allemaal goed gedijen. Over het algemeen zet je kleinere soorten vooraan in de perken en grotere varianten achteraan. Daarnaast kan je kiezen voor een kleurrijke bloemenmix of voor monochrome harmonie – wat je zelf wilt! Laat de lente maar komen!

Samenvatting: Tuinieren in de lente

  • Verwijder na de winter oude,  verwelkte of beschadigde takken van potplanten.
  • Zet potplanten die de winter in het donker hebben doorgebracht vanaf eind maart op een vorstvrije plaats met zonlicht. Op die manier beginnen ze al te groeien.
  • Vanaf mei kan je potplanten weer buiten zetten.
  • Hoe meer je snoeit, hoe langer het zal duren voor ze bloeien. Snoei potplanten daarom niet te hard in één keer bij, maar geleidelijk over een langere periode.
  • Jonge potplanten moeten jaarlijks worden verpot, oude planten om de twee à drie jaar. Verpotten is ten laatste nodig wanneer de wortels te groot zijn geworden voor de pot.
  • Zorg ervoor dat je de juiste pot kiest: potten van klei of terracotta zijn zwaarder, maar beschermen de planten tegen hitte en vorst. Plastic potten houden de grond langer vochtig. Elke pot moet een waterafvoergat hebben.
  • Vergeet niet om bij het verpotten een afvoerlaag aan te brengen zodat het water goed kan weglopen.
  • Bij het zaaien worden grote zaden individueel of per twee rechtstreeks in een pot geplaatst, terwijl kleine zaden in grote aantallen in een ondiepe propagator worden gezaaid.